De Nederlandse vleessector heeft vandaag de voortgangsrapportage van het actieplan 'Gezond, veilig en eerlijk werk' aangeboden aan minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De rapportage laat zien dat VleesNL en haar leden in de afgelopen twee jaar op alle fronten aantoonbare stappen hebben gezet: er is enkel plek voor gecertificeerde uitzendbureaus, meer medewerkers krijgen een directe arbeidsrelatie en de veiligheid op de werkvloer verbetert structureel. VleesNL roept het kabinet en de Tweede Kamer op om het besluit over een uit- en inleenverbod enkel te baseren op deze feiten.
Meetbare resultaten
De aanpak van VleesNL werkt langs vier pijlers: meer duurzame arbeidsrelaties, uitsluitend werken met gecertificeerde uitzendbureaus, goed werkgeverschap en veilig en gezond werk voor iedereen.
Op het gebied van duurzame arbeidsrelaties voldoet aan het einde van de zomer 90% van de leden aan de doelstelling van minimaal 50% medewerkers in eigen dienst. Daarmee heeft ruim 55% van alle werknemers in de vleessector een directe arbeidsrelatie met het vleesbedrijf. Het aandeel ontslagen op staande voet is gedaald tot onder de 1%.
VleesNL-leden ondergaan onafhankelijke sociale audits, waarbij gesprekken worden gevoerd met medewerkers en de huisvesting wordt beoordeeld. Daarnaast werken zij uitsluitend samen met gecertificeerde uitzendbureaus, die zijn aangesloten bij ABU en NBBU. Sociale partners zetten zich gezamenlijk in voor 25% minder arbeidsongevallen in drie jaar. Bij leden van VleesNL is deze daling al bijna in het eerste jaar bereikt. De volledige voortgangsrapportage is beschikbaar via de link onderaan dit persbericht.
Sectoraal verbod ongefundeerd, onnodig en disproportioneel
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt momenteel aan de voorbereiding van een AMvB voor een sectoraal uit- en inleenverbod. VleesNL vindt deze generieke maatregel ongefundeerd, onnodig en disproportioneel. Daarmee worden vooral respectabele bedrijven hard geraakt die hun rol als werkgever wel degelijk goed invullen. Meer dan 1.000 bedrijven in de sector zouden de gevolgen ondervinden.
Manon Houben, voorzitter van VleesNL: “Met de Wtta heeft de minister per 1 januari 2027 een gericht instrument tot zijn beschikking om bedrijven die aantoonbaar verantwoordelijk zijn voor misstanden uit de markt te halen. Het inzetten van wat de minister zelf de "kernbom" noemt, leidt tot onnodige en forse schade bij bedrijven die juist aantoonbaar investeren in goed werkgeverschap, veilige werkplekken en eerlijke arbeidsrelaties. Het zal bovendien leiden tot hogere vleesprijzen”.
Samenwerking met overheid en vakbonden noodzakelijk
VleesNL benadrukt dat samenwerking met vakbonden en overheid van groot belang is om alle doelen te verwezenlijken. Bedrijven lopen aan tegen vergunningsproblemen bij het realiseren van eigen huisvesting voor internationale medewerkers. Ook bieden bestaande cao-afspraken onvoldoende maatwerk voor medewerkers die tijdelijk in Nederland werken. Zij willen graag zoveel mogelijk arbeidsvoorwaarden direct als salaris ontvangen en de ruimte hebben om vaker en langer met verlof te gaan. Om het werk lichter en veiliger te maken, zet de sector in op meer automatisering en robotisering. Hiervoor is gerichte ondersteuning en cofinanciering vanuit de overheid gewenst. VleesNL wil hierover zo spoedig mogelijk afspraken maken met vakbonden en het ministerie.
Download hier de voortgangsrapportage